
LIED 68: 1-2
1
Looft de Koning, alle volken!
Looft Hem, die boven lucht en wolken
ten troon stijgt, Hem, Gods eigen Zoon!
Looft uw Heiland, Christenscharen,
ziet Hem voor u ten hemel varen,
u plaats bereiden voor Gods troon!
Verheft zijn majesteit met diep' eerbiedigheid,
halleluja!
Loof wereldrond uit enen mond,
loof Jezus Christus, wereldrond!
2
Jezus, Redder onzer zielen,
zie ons aanbiddend nederknielen,
Lam Gods, voor ons op aard' geslacht!
Lof en heerlijkheid en ere,
aanbidding, dank en glorie, Here
word' U voor eeuwig toegebracht!
Na lijden, hoon en spot wordt heerlijkheid ons lot.
Halleluja!
Gij triumfeert, want God regeert.
Ja, halleluja! God regeert!
Terug naar boven
LIED 69: 1-3
1
Komt, Christ'nen, laat ons Jezus loven,
komt, heffen wij het hart naar boven!
Daar zit de Koning op zijn troon
en spreidt zijn heerlijkheid ten toon.
Voor wie gelooft is daar de schat,
die alle heil in zich bevat.
2
Hij is ons hoofd, wij zijn zijn leden,
al wand'len wij nog hier beneden;
het past ons om van stap tot stap,
in 't land van onze vreemd'lingschap,
vol ernst te volgen in het spoor,
dat Jezus wees: Hij ging ons voor!
3
Wil, Heer, in ons die ijver wekken,
wij voelen ons naar d' aarde trekken.
Maak Gij ons, Jezus, los van d' aard,
trek zelf ons harte hemelwaarts,
schenk ons de Geest, door U beloofd,
leer ons U volgen, Heer en Hoofd!
Terug naar boven
LIED 70: 1-4
1
Verheft u, Christ'nen, boven 't stof,
verenigt u tot Jezus' lof,
nu wij Hem zien verhogen.
De luister van zijn majesteit
straalt in het rijk der heerlijkheid,
in aller eng'len ogen.
Dat ook de mens zijn grootheid zing',
daar Hij het rijksbewind ontving
en glorierijk aanvaardde;
Hij, schoon geen sterf'lijk oog Hem ziet,
is 't voorwerp van 't verenigd lied,
van hemel en van aarde.
2
Zing, Christenschaar, de schoonste stof,
zing Jezus' naam, zing Jezus' lof:
Hij kwam voor ons op aarde.
Hij, uit de hemel neergedaald,
heeft hier voor ons 't rantsoen betaald
van goddelijke waarde.
Al werd deez' aard, door onze schuld,
met smart en angst en vloek vervuld,
al staam'len onze tongen,
hier op deez' aard, waar Jezus leed,
waar Jezus aan Gods eis voldeed,
hier zij zijn lof gezongen.
3
Wij buigen ons ootmoedig neer
voor U, gezalfde Vorst en Heer,
om U als Koning t' eren.
Dat uw genadeheerschappij
al d' eeuwen door gezegend zij,
en heil aan d' aard vermere.
Och, dat de klank van 's Konings woord
bij alle volken word' gehoord,
en elk zijn beelt'nis drage!
Wij, eeuwig aan uw dienst gewijd,
verlangen bidden naar die tijd;
och, dat die heileeuw dage!
4
Ons hart, dat zich op U verlaat,
heeft geen vervolging, hoon of smaad,
hoe dreigend ook, te schromen:
nu Gij regeert, is alles wel,
Gij hebt aan wereld, dood en hel
voor goed de macht ontnomen.
Wij wachten 't heil, door U beloofd,
wij zijn uw leden, Gij ons hoofd,
Gij zult ons nooit begeven.
Gij hebt de hemel ons bereid,
waar wij met U in heerlijkheid
ook eeuwig zullen leven.
Terug naar boven
LIED 71: 1-7
1
Zingt, zingt blij te moe
en met dank'bre tonen
Jezus glorie toe!
Uit het laagste stof
klink' uws Redders lof,
waar ook mensen wonen.
2
Zingt des Hoogsten Zoon,
ons van God gegeven!
Van zijn hoge troon,
op gena gegrond,
stroomt voor 't wereldrond
eeuwig heil en leven.
3
Die ons bij de hand
door dit moeilijk leven
leidt naar 't vaderland,
en, wie op Hem bouwt,
woord en trouwe houdt
tot in 't eeuwig leven.
4
Ach, ons schamel lied,
vurig aangevangen,
meldt uw liefde niet.
Och, vergeef ons, Heer,
onze dank, onz' eer,
onze lofgezangen.
5
Wat, wat zien w' in 't stof,
Heiland, van uw waarde?
Wat is hier uw lof?
Van 't verlossingswerk,
Jezus, ziet uw Kerk
slechts een stip op aarde.
6
Welk een licht hier schijn',
wat wij heilrijks wensen,
alles, wat wij zijn,
zijn wij U verplicht,
U alleen verplicht,
Redder van de mensen!
7
Ja, U kiest ons hart
eeuwig tot zijn Koning!
Onder vreugd en smart
geld' uw liefd' ons 't meest,
strekk' ons hart uw Geest
eeuwig tot een woning!
Terug naar boven
LIED 72: 1-5
1
De dag der kroning is gekomen,
de dag van eer en heerlijkheid!
de Heer heeft weder ingenomen
zijn zetel na volbrachte strijd.
Aard' en hemel zingen
van de grote dingen,
die Hij wrocht op aard.
Voor der jong'ren ogen
steeg Hij naar den hogen,
eer, aanbidding waard.
2
Ontsluit u voor de vorst der ere,
gij, poorten der gerechtigheid!
Ontvangt der legerscharen Here
in zijne midd'laarsmajesteit!
Jezus daalde neder,
maar nu keert Hij weder
in zijn heerlijkheid,
waar Hij voor de zijnen
tot Hij zal verschijnen
bidt, en plaats bereidt.
3
De Here sprak tot mijne Here:
"Zit aan mijn rechterhand met mij."
Dat alle hoogheid zich vernere
voor 't machtwoord dezer heerschappij.
Die de mensen hoonden
en met doornen kroonden,
leeft, gekroond met eer.
Die de wereld smaadde
en met vloek belaadde,
heerst als aller Heer.
4
Gij zaagt uw Heer ten hemel varen,
de Heil'ge Geest daald' op u neer,
G' ontving die gave, blijde scharen,
thans geen verlaten wezen meer.
d' Engelen daarboven,
met de heil'gen, loven
Christus, thans gekroond,
en de Kerk beneden
ziet zijn plaats bekleden,
daar zijn Geest hier woont.
5
Komt laat ons hopen, bidden, waken
en ons versterken in ons Hoofd!
Ook heden wil Hij vreugde maken
voor al wie deze Geest gelooft.
Gij stort uit den hoge
stromen op het droge,
laving aan wie dorst.
Gij werd opgenomen,
maar zult weder komen,
's werelds Vredesvorst!
Terug naar boven
LIED 73: 1-4
1
Wij knielen voor uw zetel neer,
wij, Heer, en al uw leden,
en eren U als onze Heer
met lied'ren en gebeden.
Dat alle macht, hoe hoog, hoe groot,
voor U, o Godsgetuige,
o eerstgeboren' uit de dood,
zich diep eerbiedig buige!
2
Die ons, gereinigd door uw bloed,
tot priesters hebt verheven,
en ons de hoge rang, de moed
van koningen gegeven,
U zij de roem, U zij de lof,
U d' eerkroon opgedragen!
Geheel deez' aard' en 't hemelhof
moet van uw eer gewagen.
3
U, die als Heer der heerlijkheid
verreest tot heil der volken,
verwachten wij in majesteit
eens weder op de wolken.
Hij komt, elks oge zal hem zien,
ook die Hem heeft doorsteken!
Elk zal Hem juichend hulde bien,
of om ontferming smeken.
4
Hoe ras of traag de tijd verdwijnt,
die dag zal zeker komen.
Het licht, dat aan de kim verschijnt,
wordt reeds van ver vernomen.
Ja, halleluja, ja Hij komt!
Juicht, mensen, eng'len, samen,
juicht met een vreugd, die 't al verstomt,
juicht allen! Amen, amen!
Terug naar boven
LIED 74: 1-4
1
Gij Jezus, die ten troon verheven,
door duizend duizenden omgeven,
geplaatst zijt aan Gods rechterhand,
en daar uw vreugde ziet volmaken,
nu al die duizenden reeds smaken
de vruchten van uw offerand.
2
Gij ziet ook duizend duizend zielen
hier, op uw voetbank, nederknielen,
en, bij die duizenden, ook mij.
Voor U, die met uw bloed en tranen
de toegang ons tot God woudt banen,
voor uwe voeten knielen wij.
3
Hier op deez' aard, die wij bewonen,
waar zond' en dood haar krachten tonen,
hier toont G' ons, wat genade zij;
en op deez' aard, waar Gij woudt lijden,
en ons van zond' en dood bevrijden,
hier zingen, hier aanbidden wij.
4
Die eer, dat heil was ons beschoren,
dat G' op deez' aarde werd geboren,
Gij, die ons beter zijt dan 't licht.
Hier zien w' uw liefde nederdalen
en hier met al haar luister pralen
Gods grootheid in uw aangezicht.
Terug naar boven
LIED 75: 1-3
1
't Oog omhoog, het hart naar boven,
hier beneden is het niet!
't Ware leven, lieven, loven
is maar, waar men Jezus ziet.
Wat men hoort of ziet op aard'
is ons kost'lijk hart niet waard;
wil men leven, lieven, loven:
't oog omhoog, het hart naar boven!
2
Jezus, bron dier hemelvreugde,
die ons hart eens smaken zal,
wat ons ooit op aard' verheugde,
Gij verheugt ons boven al;
daar Gij ons reeds hier bereidt
voor des hemels heerlijkheid,
waar w' U eeuwig lieven, loven:
Jezus, trek ons hart naar boven!
3
Och, dat aller mensen tongen,
aller eng'len zang, o Heer,
samenstemden, samen zongen
eeuwig tot uw lof en eer!
Zonder einde geeft uw lof,
Jezus, ons de rijkste stof!
Trek tot U ons hart naar boven,
dat w' U eeuwig lieven, loven.
Terug naar boven
Gezang 20: 1-6
1
De dag der kroning is gekomen!
O, al gij vorsten, kust den Zoon!
Hij heeft den helburcht ingenomen!
De Triumfeerder stijgt ten troon!
Aard' en hemel galmen!
Sion! Van uw psalmen
davert het heelal.
God is opgevaren!
Met gejuich der scharen!
Met bazuingeschal!
2
G' ontsloot u voor den Vorst der ere,
o poorten der gerechtigheid!
G' ontvingt der legerscharen Here
in zijn Midd'laarsmajesteit!
Jezus daalde neder!
Jezus keerde weder
in zijn heerlijkheid,
daar Hij voor de zijnen,
tot Hij zal verschijnen,
bidt, en plaats bereidt.
3
De glorie straalt uit dien Behouder,
dien 't bloedig zweet werd uitgedrukt!
De heerschappij rust op dien schouder,
die onder 't kruishout ging gebukt!
Dien de heid'nen hoonden,
en met doornen kroonden,
heerst als aller Heer!
Dien de wereld smaadde,
dien de vloek belaadde,
leeft, gekroond met eer!
4
In u verheugt zich thans die Koning,
o kerk, zijn uitverkoren bruid!
Op u, tot eeuw'ge trouwbetoning,
strooit Hij de gaven zeeg'nend uit!
Vier met Hem victorie
op den dag der glorie
van des Mensen Zoon,
op den dag der kroning
van den Vredekoning,
Priester, op zijn troon!
5
G' ontving die gaven, blijde scharen,
thans geen verlaten wezen meer!
Gij zaagt uw Heer ten hemel varen
De Heil'ge Geest daald' op u neer!
D' engelen daarboven,
met de heil'gen loven
God, op aard' geweest!
En de kerk beneden,
ziet zijn plaats betreden
door zijn eigen Geest!
6
Laat ons steeds hopen, bidden, waken,
en ons versterken in ons Hoofd!
Ook heden wil Hij vreugde maken
aan al wie dezen Geest gelooft!
Gij werd opgenomen,
Gij zult wederkomen,
onze Hemelvorst!
Gij stort uit den hoge
stromen op het droge,
laving aan wie dorst!
Terug naar boven
Wie zingt mee?
LIED 124: 1
Kom, luistert allen
1
Komt, luistert allen, groot en klein,
Wat ons de Heer verklaarde,
Voordat Hij naar de Hemel ging
En scheidde van deez' aarde:
"In 't heerlijk, hemels Vaderhuis
daar zal Ik u verbeiden;
Ik ga thans heen en zal voor u,
Mijn kind'ren plaats bereiden."
Terug naar boven
LIED 125: 1-3
Op een lichte wolkenwagen
1
Op een lichte wolkenwagen
Wordt de Heer van d' aard gedragen.
Vaart Hij op naar 's hemels troon,
Vaart hij op naar 's Hemels troon.
Alles moet voor Hem zich buiten;
Ied're tong Zijn lof getuigen,
En Hem eren als Gods Zoon,
En Hem eren als Gods Zoon!
2
Vorsten, machten, krachten, tronen;
Zij die 't hemelrijk bewonen,
Eren Jezus heerlijkheid
Eren Jezus' heerlijkheid.
Alle macht is Hem gegeven;
En wat leeft en nog zal leven,
Is tot Zijne dienst bereid,
Is tot Zijne dienst bereid!
3
Geeft, o zondaars, Hem uw harten;
Klaagt, o kranken, Hem uw smarten,
Zegt, o armen, Hem uw nood,
Ziet, Hij stierf om u het leven,
Rijkdom, vrede, vreugd te geven,
Eeuwig leven na de dood,
Eeuwig leven na de dood!
Terug naar boven
LIED 126: 1-2
Ziet de Heer daar henenvaren
1
Ziet de Heer daar henenvaren
Voor der jong'ren oog,
't welkom van de Eng'lenscharen
wacht Hem daar omhoog,
Als een kindje kwam hij neder
In de stille nacht,
Als een koning keer Hij weder,
Die Zijn werk volbracht.
2
Laat ons overal verhalen;
Jezus ging van d' aard
Naar de blijde hemelzalen
Tot de troon, Hem waar.
Aan Gods rechterhand gezeten,
Ginds in heerlijkheid,
Zal hij nimmer hen vergeten,
Die Hij plaats bereidt.