
LIED 53: 1-3
1
Wees gegroet, gij eersteling der dagen,
morgen der verrijzenis,
bij wiens licht de macht der hel verslagen
en de dood vernietigd is!
Here Jezus, trooster aller smarten,
zon der wereld, schijn in onze harten,
deel ons zelf de voorsmaak mee
van der zaal'gen sabbatsvree!
2
Op uw woord, o Leven van ons leven,
werpen wij het doodskleed af!
Door de kracht uws Geestes uitgedreven,
treden w' uit ons zondengraf.
Leer ons daag'lijks, leer ons duizendwerven,
in uw kruisdood meegekruisigd sterven,
en herboren - opgestaan,
achter U ten hemel gaan!
3
In uw hoede zijn wij wel geborgen,
en schoon eerlang 't oog ons breek',
open gaat het op de grote morgen
na deez' aardse lijdensweek.
Welk een dag der ruste zal dat wezen,
als w' onsterf'lijk, uit de dood verrezen,
knielen voor uw dankaltaar!
Amen, Jezus, maak het waar!
Terug naar boven
LIED 54: 1-4
1
De dageraad met rode glans
verlicht de hoge hemeltrans.
De wereld zingt een vreugdezang,
de hel beweent haar ondergang.
2
Want Christus, d' allersterkste held,
heeft nu de macht des doods geveld,
de hel verwonnen voor altijd,
d' onzaal'gen van hun boei bevrijd.
3
Die men door steen besloten dacht,
bewaakt door der soldaten wacht,
verrijst in glorie, machtig, groot,
als overwinnaar uit de dood.
4
Nu wijkt de klacht, 't verdriet zo fel,
nu vluchten vrees en angst der hel.
Een stralend' engel kondigt aan:
"De Heer is waarlijk opgestaan!"
Terug naar boven
LIED 55: 1-4
1
Halleluja, halleluja, halleluja!
De strijd volbracht, de prijs behaald,
De Vorst des levens zegepraalt!
Komt, nu verheugd de lof betaald!
Halleluja!
2
Het rijk des doods heerst nu niet meer,
want Jezus daalde daar in neer!
Handklapt en psalmzingt tot zijn eer,
Halleluja!
3
Ten derden dage opgestaan,
met hemelschoonheid aangedaan!
stemt nu de luide lofzang aan,
Halleluja!
4
De mond des grafs is toegedaan,
des hemels hallen openstaan!
Zingt nu verheugd Gods wonderdaan,
Halleluja!
Terug naar boven
LIED 56: 1-3
1
Natuur verrijst ten leven weer,
door stem bij stem geprezen,
en met de nu verrezen Heer
aarde thans herrezen.
't Heelal siert zich in 't hoogtijdskleed,
nu Hij herleeft, die 't worden deed,
en alles riep in 't wezen.
2
Hoe blinkt het licht in reine gloed,
de waterstromen vloeien,
de lentewind omruist ons zoet,
het dal vangt aan te bloeien.
Wat straks verdord was, groent nu weer,
en lief'lijk golven beek en meer,
ontslagen van hun boeien.
3
Het leven overwint de dood,
een nieuw, een heerlijk leven!
En wat voor ons de zonde sloot,
het Eden is hergeven.
Het zwaard des cherubs dreigt niet meer,
God zelf ontsloot de toegang weer
naar d' eeuw'ge vreugdedreven.
Terug naar boven
LIED 57: 1-5
1
Christus is opgestanden
uit de doodse banden!
Daarom willen wij vrolijk zijn:
Christus zal onze trooster zijn.
Halleluja, halleluja,
halleluja, halleluja.
2
Zijn wij op aard' gevangen,
Hij is ons verlangen.
Zijn kruis moeten wij dragen gaan,
zullen w' in zijn behagen staan.
Halleluja, halleluja,
halleluja, halleluja.
3
Christus heeft zeer geleden,
heeft voor ons gestreden.
Hij, die de vijand overwon,
Hij is het, die de dood verslond.
Halleluja, halleluja,
halleluja, halleluja.
4
Christus is neergestegen,
heeft de macht verkregen.
Hij is ons aller medicijn:
Hij wil onze verlosser zijn.
Halleluja, halleluja,
halleluja, halleluja.
5
Christus is nu verrezen,
laat ons vrolijk wezen!
De dood verloor zijn heerschappij,
Christus maakt ons van banden vrij.
Halleluja, halleluja,
halleluja, halleluja.
Terug naar boven
LIED 58: 1-8
1
Halleluja, de blijde toon,
halleluja,
wordt nu gezongen zoet en schoon.
Halleluja,
halleluja, halleluja, halleluja!
2
Waar dat ik sta of dat ik ga,
halleluja,
mijn ziel, die zingt halleluja!
Halleluja,
halleluja, halleluja, halleluja!
3
Dit is de grote, blijde dag,
halleluja,
die David in de geest voorzag.
Halleluja,
halleluja, halleluja, halleluja!
4
Hemel en aarde zijn verheugd,
halleluja,
de heil'ge Kerk smaakt ook die vreugd.
Halleluja,
halleluja, halleluja, halleluja!
5
Want onze Heer en Koning groot
halleluja,
is nu verrezen uit de dood.
Halleluja,
halleluja, halleluja, halleluja!
6
Die stervend ons het leven gaf,
halleluja,
verrees in glorie uit het graf.
Halleluja,
halleluja, halleluja, halleluja!
7
Of nu de satan raast en tiert,
halleluja,
de Leeuw uit Juda zegeviert.
Halleluja,
halleluja, halleluja, halleluja!
8
Daar boven in des hemels troon,
halleluja,
daar zingt men ongemeen en schoon.
Halleluja,
halleluja, halleluja, halleluja!
Terug naar boven
LIED 59: 1-4
1
Verschenen is de zaal'ge dag,
waarop ons lied niet zwijgen mag,
want Jezus Christus overwint,
die de verslagen vijand bindt,
Halleluja!
2
De oude machten, zond' en dood,
de helse jammer, angst en nood
heeft Christus van hun kracht ontdaan,
nu Hij uit 't graf is opgestaan.
Halleluja!
3
Hij nam de dood zijn buit weer af,
het leven eindigt niet in 't graf,
want Christus overwon met macht
en heeft het leven weergebracht.
Halleluja!
4
Nu willen wij verheugd te saam,
een loflied zingen in Uw naam,
U prijzen, Heer, ten allen tijd',
daar G' ons ten heil verrezen zijt.
Halleluja!
Terug naar boven
LIED 60: 1-5
1
Bij 't krieken van de dageraad
mijn Heiland en mijn Heer opstaat;
verdreven is der zonden nacht,
licht, heil en leven weergebracht.
Halleluja!
2
Aan 't kruis kiest Christus voor de nood
van heel het mensenvolk de dood;
hoe uit de dood Hij zich bevrijdt,
dat blijft de mens verborgenheid.
Halleluja!
3
Eens wordt mij Christus' heerlijkheid
in klare vreugd ten toon gespreid;
ik zie, hoe al wat hem weerstond,
in 't diepst der hel zijn oordeel vond.
Halleluja!
4
Wat ben ik droef, nu Christus leeft,
die mij zichzelf uit liefde geeft?
Zo heel de wereld mij ontviel,
des Heilands geest woont in mijn ziel.
Halleluja!
5
O sterke held, voor deze troost
dankt U de wereld onverpoosd.
U prijst wat wankelt door de tijd,
nu en in alle eeuwigheid.
Halleluja!
Terug naar boven
LIED 61: 1-3
1
Christus, onze Heer, verrees,
halleluja!
Heil'ge dag na angst en vrees,
halleluja!
Die ten dode ging aan 't kruis
halleluja,
bracht ons in Gods vrijheid thuis,
halleluja!
2
Prijst nu Christus in ons lied,
halleluja,
die in heerlijkheid gebiedt,
halleluja,
die aanvaardde kruis en graf,
halleluja,
dat Hij zondaars 't leven gaf,
halleluja!
3
Maar zijn lijden en zijn strijd,
halleluja,
heeft verzoening ons bereid,
halleluja!
Nu is Hij der heem'len Heer,
halleluja!
Eng'len juub'len Hem ter eer,
halleluja!
Terug naar boven
LIED 62: 1-4
1
Jezus leeft, en wij met Hem:
dood, waar is uw schrik gebleven?
Jezus leeft, en zijne stem
roept ook ons eens weer tot leven,
zal ons eens met eer bekleen:
dit is onze troost alleen!
2
Jezus leeft: Hem is de macht
over 't gans heelal gegeven,
en wij zullen door zijn kracht
Hem gelijken, eeuwig leven.
Zou Gods trouw ooit wank'len? Neen,
dit is onze troost alleen!
3
Jezus leeft, dit is gewis:
waar ons pad ook heen moog' leiden,
zelfs geen macht der duisternis,
niets kan ons van Jezus scheiden.
't Steunen op zijn mogendheen:
dit is onze troost alleen!
4
Jezus leeft, nu is de dood
ons een ingang tot het leven.
Welk een rust in stervensnood
zal dit woord ons harte geven.
Gij, o Heiland, Gij alleen,
Gij zijt onze troost alleen!
Terug naar boven
LIED 63: 1-3
1
Komt, heffen wij een lofzang aan:
de Heer is waarlijk opgestaan!
Komt, laten wij niet langer klagen!
De Levensvorst heeft door zijn kracht
de dood beroofd van zijne macht:
de laatste vijand ligt verslagen.
2
Hij, die voor ons zijn leven gaf,
rees zegevierend uit het graf,
Hij heeft voor ons de strijd volstreden,
Nu zijn wij met Hem opgestaan,
nu vangt het nieuwe leven aan,
dat w' eeuwig in zijn dienst besteden.
3
Dat dan geen vrees ons hart beknell',
wij juichen in Immanuël:
Hij kan en zal ons nooit begeven.
Hij is met ons in alle nood,
Hij overwon voor ons de dood,
wij zullen eeuwig met Hem leven!
Terug naar boven
LIED 64: 1-3
1
Ik zeg het allen, dat Hij leeft,
dat Hij verrezen is,
dat Hij te midden van ons leeft
en eeuwig bij ons is.
2
Verzonken in de diepe zee
is 't vrezen voor de dood,
en elk kan schouwen boven 't wee
der toekomst morgenrood.
3
Hij leeft en zal nabij ons zijn,
waar alles ons verlaat,
en zo zal deze dag ons zijn
een hemel-dageraad.
Terug naar boven
LIED 65: 1-3
1
Ja, amen, Jezus is in 't leven!
Zijn grote naam all' eer te geven,
moet nu uw vreugd, o Christen, zijn!
Mijn Heiland, aan het kruis gestorven,
heeft leven uit de dood verworven:
Gods eeuwigheid werd waarlijk mijn.
2
Ja, Jezus leeft, dat voelt ons harte,
als 't Hem gelovig zoekt in smarte:
het graf besluit Hem langer niet!
Hoe meer wij Hem aanbiddend eren
en zijne liefd' in 't hart vermeren,
hoe meer Hij ons zijn gunst gebiedt.
3
Ja, Jezus leeft, veel duizend harten
gevoelden in de bangste smarten
de hoge troost, dat Jezus leeft;
in zware strijd met boezemzonden,
in bange doodstrijd ondervonden
veel duizend harten, dat Hij leeft.
Terug naar boven
LIED 66: 1-4
1
Zingt nu verheugd, terecht moogt g' u verblijden,
want Jezus leeft, is waarlijk opgestaan!
Die Heiland, die gij straks aan 't kruis zaagt lijden,
is zegepralend uit het graf gegaan.
Juich hemel, aarde, juich bij zijn herleven,
halleluja, de rouw in vreugd verkeert!
2
Noch steen noch wacht kan zijne macht beletten,
geen zegel bindt het leven aan de dood.
Zijn Godsmacht kan en wacht en steen verpletten,
wat macht, die ooit aan God zelf weerstand bood?
Juich hemel, aarde, juich bij zijn herleven,
halleluja, de rouw in vreugd verkeert!
3
Wat vreugd, wat vreugd voor zijn getrouwe vrinden,
wier treurend hart beweende 's Meesters dood!
Hij, wie zij vurig, tederlijk beminden,
herleeft, verheven boven alle nood.
Juich hemel, aarde, juich bij zijn herleven,
halleluja, de rouw in vreugd verkeert!
4
Nu zien wij klaar, dat nooit zijn woorden falen,
dat God, zijn Vader, Hem gezonden heeft.
Had Hij voorspeld, dat Hij in 't graf zou dalen,
ook naar zijn woord is 't, dat Hij nu herleeft.
Juich hemel, aarde, juich bij zijn herleven,
halleluja, de rouw in vreugd verkeert!
Terug naar boven
LIED 67: 1-5
1
Heft, Christ'nen, heft uw lofzang aan,
roemt deze schoonsten aller dagen!
De Heer is waarlijk opgestaan,
't geschonden Godsrecht is voldaan,
de laatste vijand ligt verslagen.
2
Hij stond gewillig 't leven af,
om onze schuld gans te betalen.
Nu rijst Hij heerlijk uit het graf,
opdat wij, vrij van zond' en straf,
voor eeuwig mochten zegepralen.
3
O Jezus, doe ons meer de kracht
van uw verrijzenis ervaren,
opdat w', ontrukt aan satans macht,
uit duisternis tot licht gebracht,
met U altijd verbonden waren.
4
Versterk in ons de vaste grond,
waarop wij onze hope bouwen,
de hoop op die gewenste stond,
dat wij, gewekt door uwe mond,
U in uw heerlijkheid aanschouwen.
5
Welzalig die U toebehoort,
die kan geen dood of graf doen beven,
die gaat zijn weg bemoedigd voort,
daar hij zich vasthoudt aan uw woord:
"Die Mij gelooft zal eeuwig leven."
Terug naar boven
Gezang 19: 1-7
1
In den vroegen morgenstond
heeft Gods Woord zijn Sionieten
redding uit d' ellend verkond,
waar hun tranen overvlieten!
't Werd beloofd, en 't is voldaan!
Onze Heer is opgestaan!
2
O mijn ziel! Wanneer de nacht
des vertwijf'lens, des bestrijdens,
u bestormt en aanvecht, wacht!
't Allerdonkerst uur des lijdens
zal in blijdschap overgaan!
Want de Heer is opgestaan!
3
Uitverkoren kerk van God!
Wil voor 't helgeweld niet schromen!
Veilig, zeker blijft uw lot,
schoon uw Heer schijnt weggenomen!
Ook uw morgenstond spoedt aan!
Sions Vorst is opgestaan!
4
Eens zal aller oog Hem zien!
Alle zondaars, alle volken!
Alle knie Hem hulde bien,
als Hij weerkomt op de wolken!
Beeft, verharden! Schouwt het aan!
Ja, de Heer is opgestaan!
5
O, die dag van heil en loon!
Dag van jubel, dag van glorie!
Als d' in God ontslapen doon
zullen opstaan in victorie!
't Eeuwig Licht is opgegaan!
Onze Heer is opgestaan!
6
O die dag, die dag van loon!
O die dag, die dag der wraken!
Als de Richter op den troon
van den vollen toorn val blaken!
't Rijk der zonde moet vergaan!
't Lam van God is opgestaan!
7
Ja, de Heer is opgestaan!
Gods bazuinen zullen klinken!
D' eerste dingen zijn vergaan,
nieuwe heem'len zullen blinken!
Nieuwe tijden vangen aan.
God is scheppend opgestaan!
Terug naar boven
LIED 114: 1-3 Christus, onze Heer, verrees
1
Christus, onze Heer, verrees
Halleluja!
Heil'ge dag na angst en vrees,
Halleluja!
Die ten dode ging aan 't kruis,
Halleluja!
Bracht ons in Gods vrijheid thuis,
Halleluja!
2
Prijst nu Christus in ons lied,
Halleluja!
Die in heerlijkheid gebiedt,
Halleluja!
Die aanvaardde kruis en graf,
Halleluja!
Dat Hij zondaars 't leven gaf,
Halleluja!
3
Maar Zijn lijden en Zijn strijd,
Halleluja!
Heeft verzoening ons bereid,
Halleluja!
Nu is Hij der heem'len Heer,
Halleluja!
Eng'len juub'len Hem ter eer,
Halleluja!
Terug naar boven
LIED 115: 1-4 Daar juicht een toon
1
Daar juicht een toon, daar klinkt een stem,
Die galmt door gans Jeruzalem;
Een heerlijk morgenlicht breekt aan,
De Zone Gods is opgestaan!
2
Geen graf hield Davids Zoon omknelt,
Hij overwon, die sterke Held,
Hij steeg uit 't graf door eigen kracht,
Want Hij is God, bekleed met macht.
3
Nu jaagt de dood geen angst meer aan,
Want alles, alles is voldaan,
Die met geloof op Jezus ziet,
Die vreest voor dood of helle niet.
4
Want nu de Heer is opgestaan,
Nu vangt het nieuwe leven aan,
Een leven, door Zijn dood bereid,
Een leven in Zijn heerlijkheid.
Terug naar boven
LIED 116: 1-3 Ik zeg het allen
1
Ik zeg het allen, dat Hij leeft,
Dat Hij verrezen is,
Dat Hij te midden van ons leeft
En eeuwig bij ons is.
2
Verzonken in de diepe zee
Is 't vrezen voor de dood,
En elk kan schouwen boven 't wee
Der toekomst morgenrood.
3
Hij leeft en zal nabij ons zijn,
Waar alles ons verlaat,
En zo zal deze dag ons zijn
Een hemeldageraad.
Terug naar boven
LIED 117: 1-3 Jezus is ons licht en leven
1
Jezus is ons licht en leven!
Hij, die zich aan 't kruis gegeven,
Met Zijn bloed ons heeft gekocht,
Heeft nu vorst'lijk overmocht.
's Vijands waap'nen, vaandels, banden,
zijn in 's Overwinnaars handen,
Halleluja! Halleluja
2
Hij heeft als een held gestreden,
Hel en duivel fors vertreden;
Voortaan schaadt geen vijand meer,
Ook al woedt hij nog zo zeer.
Laat dan Sions blijde psalmen
Luid' en overal weergalmen!
Halleluja! Halleluja
3
't Leven heeft de dood verslonden,
't graf is ledig en geschonden;
Dood waar is uw overmacht?
Waar uw prikkel! Waar uw kracht?
's Heeren vrijgekochten hopen,
want de hemel gaat hun open.
Halleluja! Halleluja
Terug naar boven
LIED 118: 1-4 Jezus, leven van mijn leven
1
Jezus, leven van mijn leven,
Jezus, dood van mijn dood,
Die voor mij U hebt gegeven,
In de bangste zielennood,
Opdat ik niet hoop'loos sterven,
Maar Uw heerlijkheid zou erven,
Duidend, duizend maal, o Heer
Zij U, daarvoor dank en eer!
2
Gij, o Jezus, hebt gedragen,
Lasteringen, spot en hoon,
Zijt gebonden en geslagen
Gij, des Vaders eigen Zoon,
Om van schuld en eeuwig lijden
Mij, verloor'ne, te bevrijden,
Duidend, duizend maal, o Heer
Zij U, daarvoor dank en eer!
3
Heer, Verzoener van mijn zonden,
Heiland die mij hebt gezocht,
Die mijn boeien hebt ontbonden
En voor God mij vrijgekocht,
Ik, onrein in schuld verloren
Ben opnieuw in U geboren:
Duidend, duizend maal, o Heer
Zij U, daarvoor dank en eer!
4
Dank, mijn Heiland, voor Uw lijden,
Voor Uw bitt're bange nood,
Voor Uw heilig, biddend strijden,
Voor U trouw tot in de dood,
Voor de wonden, U geslagen,
Voor het kruis, door U gedragen;
Duidend, duizend maal, o Heer
Zij U, daarvoor dank en eer!
Terug naar boven
LIED 119: 1-3 Laat ons loven
1
Laat ons loven, laat ons juichen,
Nu de Heer is opgestaan!
Alles moet voor Hem zich buigen,
Die voor zondaars heeft voldaan.
Laat ons loven, laat ons juichen,
Want de Heer is opgestaan!
2
Voor het eerste morgendagen
Rees Hij heerlijk uit het graf;
Dood en hel heeft Hij verslagen,
Die voor ons Zijn leven gaf.
Laat ons loven, laat ons juichen,
Hij rees heerlijk uit het graf!
3
Jezus leeft en nu zal leven
Ieder, die in Hem gelooft!
Jezus zal ons nooit begeven,
Dat heeft Hij ons Zelf beloofd.
Laat ons loven, laat ons juichen,
Dat heeft Hij ons zelf beloofd!
Terug naar boven
LIED 120: 1-2 Levend gemaakt in Christus
1
Sterven Adams nageslachten,
Christus' leden leven weer;
Zwarte zonden, duist're machten,
Vluchten voor des levens Heer,
Halleluja! Heft nu aan,
Hij is waarlijk opgestaan!
2
Allen, die in Adam sterven,
Hoort de roepstem: 'Christus leeft!"
Die Gods heerlijkheid moest derven,
Hoort, hoe God ze-u weder geeft.
Christus brengt u 't leven aan,
Hij is waarlijk opgestaan!
Terug naar boven
LIED 121: 1-4 Pasen
1
Opgestaan van uit de doden
Is de lieve Heer:
Meldt het, Evangelieboden,
meldt het heind' en veer.
Opgestaan van uit de doden
Is de lieve Heer:
Meldt het, Evangelieboden,
meldt het heind' en veer.
2
Uit het graf is Hij verrezen,
D' Overwinnaar, Held,
Komt nu, kind'ren, Hem geprezen,
En Zijn lof vermeld.
Uit het graf is Hij verrezen,
D' Overwinnaar, Held,
Komt nu, kind'ren, Hem geprezen,
En Zijn lof vermeld.
3
Had Hij niet de dood verslagen,
't mensdom waar vergaan.
Maar nu wij Zijn opstaan zagen,
Zijn w' óók opgestaan.
Had Hij niet de dood verslagen,
't mensdom waar vergaan.
Maar nu wij Zijn opstaan zagen,
Zijn w' óók opgestaan.
4
Heer, laat nu Uw schijnsel dalen
Op ons aangezicht;
Tot w' Uw heerlijkheid zien stralen
In het eeuwig licht.
Heer, laat nu Uw schijnsel dalen
Op ons aangezicht;
Tot w' Uw heerlijkheid zien stralen
In het eeuwig licht.
Terug naar boven
LIED 122: 1-2 Paasvreugd
1
ENIGE
Waarom zijn toch op het Paasfeest
ook de kind'ren zo vol vreugd?
ANDEREN
Wel hebt gij dan niet vernomen,
Wat reeds duizenden verheugd?
ALLEN
Hoe de Heer, bedekt met wonden,
Ook voor uw' en onze zonden
Stierf aan 't kruis op Golgotha?
Ook voor uw' en onze zonden
Stierf aan 't kruis op Golgotha?
2
ENIGE
Maar wat heeft men aan een Heiland,
Die in 't graf is neergelegd?
ANDEREN
Onze Heiland is verrezen!
Heeft Hij 't niet vooruit gezegd?
ALLEN
Neen, de Heer van dood en leven
Is niet in het graf gebleven,
Is niet in het graf gebleven,
Hij is waarlijk opgestaan!
Is niet in het graf gebleven,
Hij is waarlijk opgestaan!
Terug naar boven
LIED 123: 1-2 De Levensvorst
1
Vorst des levens en des doods
Heiland onzer zielen!
Zie ons hier met lof en dank
Voor U nederknielen.
Gij zijt in de dood gegaan
En verheerlijkt opgestaan;
Uit der graven duister
Bracht Gij licht en luister!
2
Aan Uws Vaders rechterhand
Op het hoogst verheven,
Hebt Gij ons Uw Geest ten pand
Van Uw trouw gegeven.
Doe ons o, verheerlijkt Hoofd!
Wat G' Uw jong'ren hebt beloofd:
Deel ons Uwe vrede
Nu en altijd mede!
Terug naar boven