Pinksteren

Index:
Uit: de Oude Hervormde Bundel
Uit: enige Gezangen, toegevoegd aan Psalmberijming van 1773
Uit: Wie zingt mee?


Oude Hervormde Bundel

LIED 76: 1-2
1
Geest des Heren, kom van boven!
Laaf met uw genadegoed
alle zielen, die geloven,
doe ze blaken van uw gloed!
Op het blinken uwer stralen
buigt zich d' aard voor Jezus neer,
zaam'len zich van heind' en veer,
alle tongen, alle talen.
Halleluja, U zij d' eer,
U zij d' eer, halleluja!
2
Heilig licht en Gids ten leven,
breng ons door het Woord te zaam!
Leer ons God ons harte geven
met de lieve Vadernaam!
Maak ons vrij van alle dwaling,
vrij van alle fabelleer,
trouw aan Christus, onze Heer,
tot onz' uiterst' ademhaling!
Halleluja, U zij d' eer,
U zij d' eer, halleluja!
 
Terug naar boven


LIED 77: 1-9
1
Heil'ge Geest, daal tot ons neer,
zend ons van de hemel, Heer,
van uw licht de klare schijn!
Halleluja!
Halleluja, halleluja!
2
Kom, der armen Vader, kom,
kom, der gaven Schenker, kom,
en verlicht ons hart rondom!
Halleluja!
Halleluja, halleluja!
3
Beste Trooster in de smart,
die de gast zijt van ons hart,
zalige verkwikking, kom!
Halleluja!
Halleluja, halleluja!
4
Rust in arbeid, moeizaam zwaar,
schaduw, koelt' in zongevaar,
troost in tranen, kom, o kom!
Halleluja!
Halleluja, halleluja!
5
Zalig licht, zo klaar en rein,
vul des harten donk're schrijn
met uw held're zonneschijn!
Halleluja!
Halleluja, halleluja!
6
Zonder uwe godd'lijkheid
is de mens slechts ijdelheid,
is zijn hart slechts zondigheid!
Halleluja!
Halleluja, halleluja!
7
Was, wat vuil en onrein is,
drenk, wat droog, onvruchtbaar is,
heel, wat wond en pijnlijk is!
Halleluja!
Halleluja, halleluja!
8
Buig, wat hard, onbuigzaam is,
warm, wat kil en ijzig is,
stuur, wat op de doolweg is!
Halleluja!
Halleluja, halleluja!
9
Sta ons bij te rechter tijd,
maak ons in de dood verblijd,
geef ons heil in eeuwigheid!
Halleluja!
Halleluja, halleluja!
 
Terug naar boven


LIED 78: 1-6
1
Daal Schepper, Heil'ge Geest, daal af!
Uw adem, die ons 't aanzijn gaf,
vervull' met bovenaardse kracht
het schepsel, dat uw zegen wacht.
2
Gij zijt de Trooster, die ons leidt,
de gave, die ons God bereidt,
de bron, waaruit het leven vloeit,
het vuur, dat heel ons hart doorgloeit.
3
Gij, van Gods liefde 't onderpand,
en vinger van Gods rechterhand,
door U gezalfd, meldt onze mond
de Lof des Vaders, die U zond.
4
Ontsteek Gij 't licht voor onze zin,
giet onze harten liefde in,
versterk door uwe scheppersmacht
van 't vege lijf de zwakke kracht.
5
Weer van ons af des vijands nijd
en geef ons vrede t' allen tijd.
Wanneer Gij onze Leidsman zijt,
treft ons geen onheil in de strijd.
6
Leer ons de Vader en de Zoon
met U, de Geest, van beider troon
tot ons gedaald uit d' eeuwigheid,
aanbidden nu en t' allen tijd!
 
Terug naar boven


LIED 79: 1-4
1
Wij bidden U, o Heil'ge Geest,
leer Gij ons geloven allermeest.
Wil ons toch bevrijden uit 's werelds lijden,
en aan 't eind bij God een plaats bereiden.
Ontferm U, Heer.
2
Gij, zalig Licht, geef ons Uw schijn,
dat wij Jezus Christus eigen zijn,
kennen de Getrouwe, op wien wij bouwen,
door wien w' eens het vaderland aanschouwen.
Ontferm U, Heer.
3
Gij, heil'ge Liefde, zend uw gloed,
die ons koude hart ontvlammen doet,
dat wij, een van zinnen, elkander minnen,
alle strijd en onvreed' overwinnen.
Ontferm U, Heer.
4
Gij, hoogste Troost in alle nood,
geef, dat wij niet vrezen zond' en dood,
dat wij niet versagen en 't moedig dragen,
als die vijand 't leven komt belagen.
Ontferm U, Heer.
 
Terug naar boven


LIED 80: 1-6
1
O Heilige Geest, o heilige God,
Gij ware Trooster in ons lot!
Gij zijt gedaald van 's hemels troon,
o Geest van Vader en van Zoon,
o Heilige Geest, o heilige God!
2
O Heilige Geest, o heilige God,
maak ons getrouw aan uw gebod:
ontsteek in ons uw liefdegloed,
die alle tweedracht wijken doet,
o Heilige Geest, o heilige God!
3
O Heilige Geest, o heilige God,
doe ons geloven ondanks spot.
Het kruis is ons een ergernis,
zolang uw hulp niet met ons is,
o Heilige Geest, o heilige God!
4
O Heilige Geest, o heilige God,
wil onze geest verlichten tot
hij God, de Vader, kennen leer'
en Jezus Christus, onze Heer.
O Heilige Geest, o heilige God!
5
O Heilige Geest, o heilige God,
Gij toont ons 't hemels heilgenot.
Verkloek ons in de aardsen strijd
en voer ons tot uw heerlijkheid,
o Heilige Geest, o heilige God!
6
O Heilige Geest, o heilige God,
verlaat ons niet in 't stervenslot,
dan brengen wij U, trouwe Heer,
hier en daarboven lof en eer,
o Heilige Geest, o heilige God!
 
Terug naar boven


LIED 81: 1-3
1
Bron der hoogste zaligheden,
allerreinste hemelgloed,
trouwe Leidsman hier beneden,
beid' in vreugd en tegenspoed,
Geest des Heren, steun der Kerk,
zegel van 't verlossingswerk,
aller vromen hoogst verlangen,
heilig, heilig onze zangen!
2
Uit den hogen wordt G' als regen
overvloedig uitgestort.
En een rijke hemelzegen
kiemt, waar Gij gezonden wordt.
Heil'ge Geest, keer tot mij in
en verander mijne zin,
heilig al mijn geesteskrachten,
die op uw vernieuwing wachten.
3
Gij, Gij zijt de beste gave,
die een hart verlangen kan.
Aardse rijkdom, schat of have
hebben daar geen schaduw van.
Kruisig Gij mijn oude zin,
neem geheel mijn wezen in,
en vernieuw mij telken dage,
dat ik Jezus' beelt'nis drage!
 
Terug naar boven


LIED 82: 1-4
1
De Heer is waarlijk opgestaan
en heerlijk uit zijn graf gegaan,
de vijand lag verslagen!
Gods eng'len daalden neer op d' aard,
niet langer met de vloek bezwaard,
die had Hij weggedragen.
2
Elk heff' met ons de lofzang aan!
Gods Zoon heeft aan Gods recht voldaan,
Hij heerst als aller Koning;
Hij zendt zijn Geest, de Trooster, neer;
zingt, halleluja, zingt zijn eer:
't is 't feest van Jezus' kroning.
3
Wie zou, daar Jezus voor ons stierf,
en ons de Geest ten troost verwierf,
wie zou zijn beeld niet dragen,
en vol van God, die in ons woont,
de Geest, die ons zijn vriendschap toont,
niet zoeken te behagen?
4
Wij mogen 't heil voor Jezus' Kerk,
des Vaders lust, des Geestes werk,
al d' eeuwen door verwachten.
Hem, die bij God voor zondaars spreekt,
Hem, wie 't aan liefde nooit ontbreekt,
ontbreekt het nooit aan krachten.
 
Terug naar boven


LIED 83: 1-5
1
Komt allen, deze dag
moet waardig zijn bezongen.
Roemt 's Heren grote daan
met nieuw bezielde tongen!
Eens heeft Gods Heil'ge Geest
veel helden toebereid:
o, werden thans ook wij
door 't Pinkstervuur gewijd!
2
O sterke liefdegeest,
laat uwe gloed ons vinden
en aller hart en ziel
tot eenheid samenbinden.
En waar des vijands list
ons telkens scheiden wil,
zo weer hem af en maak
ons vredig, vroom en stil.
3
Gij, Christus, zijt het Hoofd
en wij zijn uwe leden,
herboren uit gena,
en dankbaar toegetreden.
O, werk door uwe macht
en gaven velerlei,
dat elk op zijne plaats
een levend lidmaat zij.
4
Waar kennis schiet tekort
en ons verstand moet falen,
en onze zwakke wil
verleid wordt telkenmale,
o laat dat, eeuwig Licht,
door uwe glans vergaan
en laat in uwe kracht
ons blij, gelovig staan.
5
Wie Godes Geest bezielt,
wie Godes Woord doet zingen,
wie draagt van zijn gena
de rijke eerstelingen,
die prijze hier met ons,
in dank en diep ontzag,
de Vader, die zijn trouw
vernieuwt van dag tot dag.
 
Terug naar boven


LIED 84: 1-4
1
Gezalfde Heer en Koning,
die bij de Vader leeft,
en uit uw hemelwoning
des hemels schatten geeft,
O, zend ons uwe Geest,
doe ons de zegen vinden,
die neerdaald' op uw vrinden
op 't heerlijkst Pinksterfeest.
2
De Geest, die Gij doet dalen,
brengt hier getuigenis
aan kind'ren, die verdwalen,
dat God hun Vader is;
Hij schenkt ons 't kinderlot.
Hij, die 't geloof verzegelt,
der zwakken schreden regelt,
brengt ons op 't pad tot God.
3
Wat is de Geest des Heren?
Gods heil'ge liefde alleen.
Mocht Hij zich tot ons keren
en maken allen een!
Welzalig wie gelooft!
Hij heiligt de gemoed'ren
en maakt ons allen broed'ren,
verenigd met ons Hoofd.
4
Moog' ons die Geest doordringen,
dan wordt het ons gewis,
dat met zijn zegeningen
de Christus in ons is.
Blijf in ons allen, Heer!
Laat zo Uw Geest ons sterken,
dat wij het goede werken,
als Gij, tot 's Vaders eer!
 
Terug naar boven


LIED 85: 1-3
1
Uw dankb're Christenschaar,
verhoogde Middelaar,
juicht in uw heerlijkheid!
Van uwe troon vol eer
zond Gij de Leraar neer,
die in de waarheid leidt.
Uw woord houdt eeuwig stand,
Gij hebt uw Kerk geplant,
Gij blijft haar lot bestieren,
Gij schonkt haar uwe Geest,
waarvan wij op dit feest
verheugd gedacht'nis vieren.
2
Och, waren w' aan uw Geest
altijd getrouw geweest,
hoe rein waar' onze vreugd!
Want elke goede zucht
was van uw Geest de vrucht,
een roepstem tot de deugd.
O, Heiland, leer ons zien,
dat wij door 't licht te vlien
altijd uw Geest weerstreven,
en dat in ons gemoed
elk' aandrang tot het goed'
is door uw Geest gegeven.
3
Och, dat die heilfontein,
zo godd'lijk, mild en rein,
niet vrucht'loos voor ons vloei'!
En dat de zaligheid,
zo mild op aard verbreid,
ons dankbaar hart ontgloei'!
O Levensvorst, heb dank,
dat w' onder 't blij geklank
dier heilmaar zijn geboren,
en voor een schoner dag
dan immer 't mensdom zag,
door U zijn uitverkoren!
 
Terug naar boven


LIED 86: 1-3
1
Verhef, verhef uw zegezangen,
uw loflied, Christen, rijz' omhoog!
De Kerk heeft 's Vaders Geest ontvangen,
Hij daald' op aard' voor aller oog.
Aan vuurtong, wind en vreemde talen
erkennen wij des Konings trouw,
daar Hij de Geest doet nederdalen,
de Geest, die Hij ons zenden zou.
2
De verste volken zelfs getuigen:
hier werkt, hier spreekt Gods majesteit,
daar scharen zich aanbiddend buigen
voor Jezus' macht en heerlijkheid.
Hij leeft en heerst als aller Koning,
verspreidt zijn zegepraal alom:
de Geest, het pand van zijne kroning,
maakt harten tot zijn heiligdom.
3
Bewaar ons, dat w' U nooit bedroeven,
U, die de ware Trooster zijt.
Gij weet en schenkt, wat wij behoeven,
Gij blijft ons bij in eeuwigheid.
Zo maakt G' ons vrolijk, moedig, heilig,
en sterkt ons in de bangste nood:
in uw geleide zijn wij veilig
en overwinnen wij de dood!
 
Terug naar boven


LIED 87: 1-3
1
Ruis, o Godsstroom der genade
in gemeent' en huis en hart!
Laat in U gezond zich baden,
wat gebogen gaat door smart!
Stroom, o Heil'ge Geest, terneder
op het uitgedroogde land;
en de bloemen bloeien weder,
haast verwelkt door zonnebrand.
2
Laat het uit Gods hemel stromen
in de kerken overal!
Van uw nederdaling dromen
moede harten zonder tal.
Nieuwe liefde, nieuwe zangen,
kracht, die zielen opwaarts tilt,
brengt uw ruisen, die 't verlangen
als een heilig lied doortrilt.
3
Komt, gij dorstigen, hier drinken
uit die milde heilfontein!
Laat uw ziel in 't stof niet zinken,
maar in haar gereinigd zijn.
Laat U door haar golven dragen
tot waar liefde nooit verkoelt,
waar de kust der aardse dagen
door Gods vreugde wordt omspoeld.
 
Terug naar boven


Gezangen uit Het Liedboek der Kerken



Enige Gezangen, toegevoegd aan de Psalmberijming van 1773

Gezang 21: 1-7
1
Kom, Schepper Geest, bezoek uw kerk
met al het heil van Christus' werk!
Vervul uw schepping, onzen geest,
met Gods genaad' op 't Pinksterfeest!
2
O Gij, die in der waarheid heet
Vertrooster, Zalver, Parakleet!
Gij eeuwig verse Levensbron!
Gij ongeschapen Liefdezon!
3
Bestraal, o zevenvuldig Licht!
Den tempel Gods, door U gesticht.
En, Vinger van Gods rechterhand!
Bespreng den stam, door U geplant.
4
Van eeuw tot eeuw Beloft' en Tolk
des Vaders aan zijn kerk en volk!
Verkregen Gaaf, verworven Loon
van d' aan het kruis geslagen Zoon!
5
Laaf met uw regens ons gemoed!
Stort' in onz' aadren uwen gloed!
Wie naar uw komst en roering smacht,
ontvangt in d' onmacht hemelkracht.
6
Loopt als een stroom de vijand aan,
o, hef Gij zelf omhoog de vaan!
't Zal waarheid zijn, waar Gij ons leidt,
en vreugd' en vreed' in eeuwigheid.
7
Leer ons den zaalgen Vadernaam
uitroepen, met den Zoon te zaam,
en met U zelf, in 't Godsbestaan
van beiden eeuwig uitgegaan.
 
Terug naar boven


Gezang 22: 1-5
1
Ja, de Trooster is gekomen,
Jezus ging van d' aarde heen!
Jezus, van u opgenomen,
liet, o kerk, u niet alleen!
De Beloofde werd gezonden,
en de kracht uit God kwam neer!
't Past ons juichend, keer op keer,
zijn verschijning te verkonden!
Heden is het Pinksterfeest!
Looft en dankt den Heil'gen Geest!
2
Looft den Geest, die van den Vader
en den Zoon is uitgegaan!
Zingt Hem psalmen altegader,
roept zijn naam uit, bidt Hem aan!
Hem, die Gaaf en Gever tevens,
uitzendt en gezonden wordt,
God is, en wordt uitgestort!
Looft, o volk, den Geest des levens,
Hem, die schept en wederschept,
dien g' in 't hart ontvangen hebt!
3
Looft den Geest! Hij zal niet wijken
van de kerk, met bloed gekocht,
Zijn nabijheid zal steeds blijken,
hoe de vijand woeden mocht!
Vreest niet, o gezochte schapen,
vreest niet weergevonden ziel,
zo de nacht u overviel!
Zou de Geest des Heren slapen?
Waakt Hij, schoon geen oog Hem ziet,
voor de kleine kudde niet?
4
Geest der kennis, Geest der waarheid,
der genade, der gebeen!
Leer ons wand'len bij uw klaarheid
in de heilverborgenheen!
Doe ons Abba, Vader, bidden,
zeggen: Jezus onzen Heer,
geven U in alles d' eer!
Zweef in der gemeenten midden,
om te heil'gen d' offerand'
van hun hart en mond en hand!
5
Trooster! Zalver! Gij zult komen
op 't gebed, door U verwekt!
Van uw regens, van uw stromen
wordt eens d' aarde gans bedekt!
Liefd' en ijver zullen blaken,
waar reeds alles scheen verkwijnd,
als de Pinksterzon verschijnt!
Noordenwind! O wil ontwaken!
Zuidenwind! Doorwaai den hof!
Heil'ge Geest! U zij de lof!
 
Terug naar boven



Wie zingt mee?

LIED 127: 1-4
Heer, ik hoor van rijke zegen
1
Heer, ik hoor van rijke zegen,
Die Gij uitstort, keer op keer.
Laat ook van die milde regen
dropp'len vallen op mij neer,
ook op mij, ook op mij,
dropp'len vallen ook op mij!
2
Ga mij niet voorbij, o Vader!
Zie, hoe mij mijn zonde smart.
Trek mij met Uw koorden nader,
Stort Uw liefd' ook in mijn hart,
Ook in mij, ook in mij,
Stort Uw liefd' ook uit in mij!
3
Ga mij niet voorbij, o Herder,
Maak mij gans van zonde vrij.
Vloeit de stroom van zegen verder,
Zegen and'ren, maar ook mij!
Ja, ook mij, ja ook mij.
Zegen and'ren, maar ook mij!
 
Terug naar boven


LIED 128: 1-3
Heil'ge Geest, Gij Troost en Raad
1
Heil'ge Geest, Gij Troost en Raad,
Waart de Christus gaat of staat!
Leid ons aan Uw trouwe hand
Veilig door dit woeste land.
Zijn wij mat, geef ons dan hoop,
Sterk ons in de pelgrimsloop,
KOOR:
Uw nabijzijn geeft ons rust
Op de reis naar 's hemels kust.
2
Trouwste vriend, blijf ons nabij,
In verzoeking steeds ter zij.
Opdat vrees noch twijfel 't licht
Van mij wegneemt en ik zwicht.
Uw nabijheid geeft voorwaar
rust in 't aller grootst gevaar.
KOOR
3
Richt Gij steeds ons geestesoog
Opwaarts tot de troon omhoog,
Waar de Hogepriester zit
En voor Zijne kind'ren bidt;
Opdat door die blik ons hart
Rust, zelfs in de grootste smart.
KOOR
 
Terug naar boven


LIED 129: 1
Pinkstergebed
1
Hoor, o Vader, onze beden:
Geest van God daal in ons neer!
Richt ook onze kinderschreden,
Leer ons leven U te eer!
Vrolijk, vriend'lijk aller wegen,
Vroom van hart en blij van Geest,
Dan wordt ook voor ons ten zegen,
't Schoon en heerlijk Pinksterfeest!
 
Terug naar boven


LIED 130: 1-2
Kom, Heil'ge Geest, daal neder
1
Kom, Heil'ge Geest, daal neder,
Als op het Pinksterfeest;
Maak onze harten teder,
Daal neder, Heil'ge Geest.
Ach, steeds zijn onze zinnen
Naar 't aardse heen gericht;
Kom Goede Geest, daarbinnen,
En maak het duister licht.
2
Leer ons de Heiland kenne,
Hem minnen, meer en meer,
Leer aan Zijn dienst ons wenne,
Die kiezen keer op keer.
Doe ons de Vader eren,
Die in de Zoon ons mint;
Wil ons in alles leren,
Maak hemels ons gezind.
 
Terug naar boven


LIED 131: 1
Pinksterlied
1
Kom, Heil'ge Geest, vervul mij gans
Met Uwe milde zegen thans,
O Geest der eeuw'ge liefde!
O maak mij van mijn zonden rein
En laat geheel gewijd U zijn
Al mijnes harten liefde.
Laat m' U geven heel mijn leven,
Laat m' U al mijn zinnen schenken,
Om U immer te gedenken.
 
Terug naar boven


LIED 132: 1-10
Maakt Gij Heer, zo hoog, zo rein
1
Maakt Gij Heer, zo hoog, zo rein,
in ons hart Uw woning?
Is dat hart niet veel te klein
Voor zo grote Koning?
Staat dat in Uw heilig Woord
Waarlijk zo te lezen?
Heeft mijn oor dat goed gehoord?
Zou dat moog'lijk wezen?
2
Uw paleis is heerlijk, schoon!
En de hemel koren
Scharen zich rondom Uw troon,
Doen hun loflied horen.
Heb ik dan wel goed verstaan,
Wat Gij liet beschrijven?
Kunt Gij in mijn harte gaan
En daar altijd blijven?
3
Doe mij toch begrijpen Heer!
Wat Gij moogt bedoelen,
Zeg het nog eens goed en leer
Bovenal 't mij voelen.
Zend dan op het Pinksterfeest,
Om dat uit te leggen,
Ook aan mij Uw Heil'ge Geest,
Laat Hij 't duid'lijk zeggen.
4
Zal niet dit Uw antwoord zijn:
"'t Is gelijk de stralen,
't Is gelijk de zonneschijn,
die op de aard komt dalen.
Als door 't open venster heen
Licht en warmte stromen,
Zal de volle zon meteen
Ook naar binnen komen!"
 
Terug naar boven


LIED 133: 1-3
Pinksterlied
1
Toen de Heiland naar de Hemel
keerd' als aller Heer en Hoofd,
Heeft Hij aan de kring der Zijnen
Eerst de Heil'ge Geest beloofd,
Op het heerlijk Pinksterfeest
Zond de Heer de Heil'ge Geest.
2
Saamvergaderd in de Tempel
Werd een groot geluid gehoord,
En de Geest kwam neer op aarde
Naar het oud profetenwoord.
Op het heerlijk Pinksterfeest
Zond de Heer de Heil'ge Geest.
3
Toen weerklonk, in vreemde talen,
Wat de Heiland heeft gedaan,
Hoe Hij na Zijn bitter lijden,
Uit de dood was opgestaan.
Op het heerlijk Pinksterfeest
Zond de Heer de Heil'ge Geest.
Terug naar boven